Ik wil mijn deegtemperatuur sturen
Begin met water dat bij je keuken past.
Bloem, ruimte en mengen verwarmen of verkoelen je deeg. Deze hulp schat welke watertemperatuur dat compenseert.
Je krijgt een praktisch bereik, zodat één decimaal geen schijnzekerheid wordt.
Meet en kies
Welke temperaturen spelen mee?
Meet ruimte en bloem vlak voor het mengen. Kies daarna hoe je mengt; de warmte van het mengen telt mee.
Probeer jouw keukensituatie
Elk voorbeeld vervangt alle invoer. Pas de temperaturen daarna aan jouw metingen aan.

Meet de bloem, niet alleen de keuken
Steek een schone insteekthermometer midden in de bloem, zonder de kom te raken. Wacht tot de waarde stabiel is. Meet ook je voordeeg als je dat gebruikt.
Dit is de gewenste temperatuur van het deeg ná het kneden, niet die van het water. Gebruik de doeltemperatuur uit je recept.
De mengfactor is een rekenwaarde, niet de losse temperatuurstijging van je deeg. De standaardwaarden zijn een startpunt; machine, snelheid en kneedduur maken verschil.
Jouw startpunt
Gebruik water rond deze temperatuur
- Praktisch bereik
- 28 °C–32 °C
- Doeltemperatuur deeg
- 25 °C
- Mengfactor
- 4 °C
- Berekening
- Ruimte + bloem + mengen
Een goed werkbaar bereik voor veel deegsoorten. Meet het deeg na het mengen en stel volgende keer bij.
Roer warmer en kouder water bij elkaar en meet opnieuw. Weeg daarna de hoeveelheid water uit je recept af.
De marge is een richtlijn, geen garantie voor de uiteindelijke deegtemperatuur.

Controleer na het kneden
Meet midden in het deeg zodra je klaar bent met kneden. Raak de kom niet. Vergelijk met je doeltemperatuur en noteer de uitkomst voor je volgende baksel.
Mengwarmte verschilt per machine, snelheid, tijd en deeg. Zie dit als een startpunt en meet je deeg direct na het mengen.
Reken daarna het hele deeg uit
Gebruik dezelfde gewenste deegtemperatuur als houvast bij het plannen van je recept en fermentatie.
Van rekenen naar bakken


