NL
Taal
MenuSluiten

Startformule

Focaccia

Luchtig vanbinnen. Goud aan de randen.

Een bruikbaar vertrekpunt voor een zachte, open focaccia die nog wel hanteerbaar blijft. De formule staat klaar; jij bepaalt hoeveel deeg je nodig hebt.

Open deze formule in de calculator

De formule

Een royale plaat focaccia

Voor een vorm van 30 × 40 cm: 1.000 g deeg. De olijfolie in de formule gaat ín het deeg. Zet daarnaast 25 g olijfolie voor de vorm, 15 g voor de bovenkant en de naaldjes van 2 takjes rozemarijn klaar. Extra zout bovenop is optioneel; het deeg bevat al 2,5% zout.
Actieve voorbereiding: ca. 20 min · Bakken: 25–30 min. Rijstijd komt daar nog bij.
Bloem
100%546,5 g
Water
75%409,8 g
Zout
2,5%13,7 g
Gist
0,5%2,7 g
Olijfolie
5%27,3 g
Totaal deeg1.000 g

Nat genoeg voor lucht, stevig genoeg voor je vingers

Focaccia draait niet om één magisch percentage. Deze combinatie geeft een vergevingsgezind startpunt voor gewone tarwebloem of sterke bloem.
75%

Hydratatie

Voor een soepele kruim zonder meteen soep te kneden.

5%

Olijfolie

Voor malsheid, smaak en een krokante bodem.

2,5%

Zout

Iets uitgesprokener, passend bij een rijk belegd platbrood.

Waarom deze verhouding werkt

Bij 75% hydratatie kan het deeg veel gas vasthouden, terwijl een paar vouwbeurten nog voldoende structuur opbouwen. De olie maakt het deeg malser en helpt de bodem en randen krachtig kleuren.

De hoeveelheid gist is een startpunt, geen stopwatch. Minder gist en meer tijd geeft vaak meer smaak; warmte versnelt juist alles. Kijk daarom naar volume, luchtbellen en spanning in het deeg.

Van plakkerig deeg naar luchtige focaccia

Voor 1.000 g deeg in een metalen vorm van 30 × 40 cm, met een rand van minstens 4 cm. Reken op ongeveer 3–5 uur inclusief rijzen en bakken bij 22–24 °C; kouder deeg heeft meer tijd nodig.
  1. Meng een zacht, plakkerig deeg

    Meng de bloem en instantgist uit de ingrediëntenlijst. Voeg al het water en het zout toe en roer met een stevige lepel tot er geen droge bloem meer is. Werk daarna de olijfolie uit de formule erdoor. Dek de kom af en laat 20 minuten rusten. Het deeg is slap en kleverig: voeg geen extra bloem toe om er een droge bal van te maken.

  2. Een natte hand trekt een brede rand focacciadeeg omhoog uit een glazen kom.

    Rek en vouw in de kom

    Maak één hand nat. Pak een rand van het deeg vast, trek die rustig omhoog tot je weerstand voelt en vouw hem over het midden. Draai de kom een kwartslag en herhaal, tot je alle vier de kanten hebt gevouwen. Dek af en herhaal deze ronde nog twee keer, steeds na 20 minuten. Stop met trekken voordat het deeg scheurt.

    Trek rustig tot je weerstand voelt en vouw over het midden. Het deeg blijft in de kom.

  3. Laat het deeg luchtig worden

    Laat na de laatste vouw afgedekt nog ongeveer 1–2 uur rijzen bij 22–24 °C. Het deeg moet duidelijk groter zijn, ongeveer anderhalf tot bijna twee keer het oorspronkelijke volume, met belletjes langs de rand en een lichte wiebel wanneer je de kom beweegt. Nog compact en zonder bellen? Geef het langer de tijd.

  4. Verdeel voorzichtig over de vorm

    Vet bodem en zijkanten van een metalen vorm van 30 × 40 cm in met 25 g extra olijfolie. Maak het deeg met een natte deegschraper los en laat het voorzichtig in de vorm glijden. Keer het eenmaal zodat beide kanten olie krijgen. Trek het met geoliede handen rustig wat breder. Veert het terug, dek het dan af en wacht 20 minuten voordat je het verder naar de hoeken begeleidt.

  5. Luchtig, ongebakken focacciadeeg met belletjes vult een donkere rechthoekige bakvorm.

    Laat narijzen tot het deeg wiebelt

    Dek de vorm af zonder het deeg te raken. Laat ongeveer 45–90 minuten narijzen bij 22–24 °C, tot het deeg de vorm vult, duidelijk dikker is en zichtbaar wiebelt als je de vorm voorzichtig beweegt. Er mogen luchtbellen bovenop zitten. Verwarm intussen de oven minstens 30 minuten voor op 230 °C boven-/onderwarmte of 210 °C hetelucht.

    Zo ziet het deeg eruit vóór je kuiltjes maakt: opgeblazen, met belletjes en tot in de hoeken gerezen.

  6. Geoliede vingertoppen drukken kuiltjes in rauwe focaccia; rozemarijn staat ernaast klaar.

    Maak kuiltjes en voeg rozemarijn toe

    Verdeel 15 g extra olijfolie over de bovenkant. Druk je geoliede vingertoppen recht omlaag tot bijna op de bodem en til ze weer op; herhaal verspreid over de vorm. Laat de luchtige stukken ertussen heel. Verdeel de naaldjes van 2 takjes rozemarijn erover en druk ze licht in de olie. Voeg desgewenst slechts een klein snufje grof zout toe.

    Druk recht omlaag en laat de luchtige delen ertussen heel. Voeg daarna de rozemarijn toe.

  7. Goudbruine rozemarijnfocaccia op een rooster, met een afgesneden stuk dat de luchtige kruim toont.

    Bak goudbruin en laat uitdampen

    Bak direct op een rooster iets onder het midden van de oven, ongeveer 25–30 minuten. De bovenkant én onderkant moeten goudbruin zijn; licht na het bakken voorzichtig een hoek op met een spatel om de bodem te bekijken. Haal het brood na 5 minuten uit de vorm en laat minstens 20 minuten op een rooster uitdampen voordat je het snijdt. Zo blijft de bodem krokant.

    Laat het brood buiten de vorm uitdampen. Een aangesneden stuk laat de kruim en de dunne gebakken bodem zien.

Problemen met rijs, kuiltjes of bodem

Het loopt volledig uit

Gebruik sterkere bloem, houd 3–5% water achter of voeg een extra vouwbeurt toe.

De kruim blijft compact

Geef de narijs meer tijd en druk tijdens het vormen minder gas uit het deeg.

De bodem blijft bleek

Bak lager in de oven, verwarm langer voor en gebruik voldoende olie onder het deeg.

Veelgestelde vragen

Kan focaccia een nacht in de koelkast?

Ja. Zet het deeg na de vouwrondes goed afgedekt 12–18 uur in de koelkast bij circa 4 °C. Is je koelkast warmer of rijst het deeg te snel, gebruik de volgende keer minder gist. Laat het de volgende dag in de geoliede vorm op temperatuur komen en rijzen tot het luchtig wiebelt; dat kan 2–4 uur duren. Volg daarna de stappen voor kuiltjes en bakken.

Welke bloem werkt het beste?

Gebruik bij voorkeur sterke tarwebloem voor brood, met ongeveer 11–13% eiwit. Zwakkere bloem kan bij 75% hydratatie erg slap blijven. Kies dan in de calculator bijvoorbeeld 70% hydratatie; voeg tijdens het vouwen niet zomaar extra bloem toe.

Hoeveel deeg past in mijn vorm?

De 1.000 g uit deze formule is bedoeld voor 30 × 40 cm. Voor een vergelijkbare dikte in 20 × 30 cm gebruik je 500 g deeg en ongeveer de helft van de extra olie en rozemarijn. Met de focacciavorm-calculator kun je andere maten omrekenen.

Handig bij dit recept

Hulpmiddelen voor de vorm, hydratatie, planning of gist van dit deeg.

Maak de formule passend voor jouw bakvorm

Open de vooringevulde calculator, wijzig het deeggewicht en je nieuwe ingrediëntenlijst staat direct klaar.Bereken mijn focaccia